Online handleiding

Apparaten vinden en bedienen

Zoek een apparaat, begrijp zijn status en controleer of je opdracht echt is uitgevoerd.

Alle handleidingen

Voor: Bewoners; naam en ruimte wijzigen is voor beheerders · Bijgewerkt september 2026

01

Begin bij je echte apparaten

Apparaten toont de apparaten die je gekoppelde Core voor jouw account beschikbaar stelt. Voorbeeldapparaten uit de demo worden niet geïmporteerd. De beschikbare knoppen volgen het apparaat, de One-Link en je rechten; twee lampen hoeven dus niet precies dezelfde bediening te hebben.

Een nieuw apparaat sluit je aan via de bijbehorende One-Link op Core. Een naam veranderen of een kaart in de voorbeeldwoning toevoegen maakt geen verbinding met fysieke apparatuur.

02

Zoek op apparaat of ruimte

Je hoeft de technische identiteit van een apparaat niet te kennen. De zoekbalk in Apparaten zoekt zowel in apparaatnamen als in de bijbehorende ruimtenamen.

  1. Open Apparaten en typ bijvoorbeeld leeslamp of woonkamer.
  2. Controleer de ruimtenaam boven het apparaat zodat je de juiste lamp kiest.
  3. Open het apparaat via zijn naam voor Bediening en Apparaatinformatie.
  4. Wis je zoekopdracht om weer de volledige lijst voor jouw account te zien.
Apparaatinformatie vermeldt de One-Link, ruimte en Laatste waarneming. Die gegevens helpen om een probleem gericht bij de juiste verbinding te zoeken.
03

Bedien alleen beschikbare functies

Gebruik Aanzetten of Uitzetten voor een schakelbaar apparaat. Helderheid verschijnt bij dimbare verlichting. Een geschikt klimaatapparaat kan Doeltemperatuur tonen en een geschikt audioapparaat Volume. De interface biedt uitsluitend de bediening die Core voor dat apparaat aanlevert.

  1. Controleer eerst of het apparaat bereikbaar is en geen opdracht op bevestiging wacht.
  2. Voer één wijziging uit, bijvoorbeeld een andere helderheid.
  3. Laat de schuifregelaar los en wacht tot Core de nieuwe stand bevestigt.
  4. Vergelijk bij je eerste test de weergave met het fysieke apparaat.
Bij Philips Hue staan extra wittemperatuur- en kleurfuncties in de apparaatdetails als de lamp ze ondersteunt. Een gewone schakelaar krijgt geen dimmer.
04

Lees status en bevestiging zorgvuldig

Core heeft je opdracht ontvangen betekent dat de opdracht is aangenomen. Het is nog geen bewijs dat het apparaat de gewenste stand heeft bereikt. Tijdens Wachten op bevestiging haalt Core de toestand opnieuw op. Een fout of onbevestigde stand wordt niet als succes weergegeven.

Niet bereikbaar betekent dat je eerst de verbinding van het apparaat moet herstellen. Bij Core niet bereikbaar kunnen getoonde standen verouderd zijn. Alleen bekijken betekent dat je onvoldoende bedieningsrechten hebt. Deze meldingen vragen elk een andere oplossing.

Staat er Beheer op Core, dan bevindt de bediening van dat apparaat zich in de bestaande Core-beheeromgeving. Vraag de beheerder die omgeving te openen.

05

Wijzig naam en plaats als beheerder

Kies een naam die het apparaat onderscheidt van andere apparaten in dezelfde ruimte. Tafellamp raam is bijvoorbeeld beter terug te vinden dan Lamp 3. Namen en ruimtetoewijzingen worden op Core opgeslagen.

  1. Open Apparaten > het apparaat > Apparaat aanpassen.
  2. Vul Naam in; gebruik maximaal 80 tekens.
  3. Selecteer Ruimte, of Nog geen ruimte als er bewust nog geen toewijzing is.
  4. Kies Opslaan op Core en controleer de naam in zowel Apparaten als de doelruimte.
Een verplaatsing kan wijzigen welke bewoners het apparaat mogen zien en bedienen. Laat de beheerder de toegang van de betrokken ruimtes controleren.
06

Zet dagelijkse apparaten in One-Views

Gebruik de ster op de apparaatkaart of Tonen in One-Views in de details. Open daarna One-Views voor je selectie. Zo kun je bijvoorbeeld alleen de leeslamp en de audiobediening op een tablet verzamelen.

De selectie wordt apart voor dit scherm bewaard. Een ster op je telefoon hoeft daarom niet op je wandpaneel te verschijnen. Het apparaat blijft dezelfde centrale naam, ruimte en stand gebruiken; opnemen in One-Views geeft geen aanvullende rechten.

07

Onderzoek ontbrekende of trage bediening

Ontbreekt een apparaat, wis de zoektekst en controleer de One-Link en ruimterechten. Reageert slechts één apparaat niet, controleer zijn voeding en verbinding; bij Hue kun je ook in de Hue-app vergelijken. Reageren alle apparaten niet, controleer eerst de Core-verbinding.

Blijft een opdracht onbevestigd, noteer apparaatnaam, One-Link, Laatste waarneming en de melding. Herstel eerst de oorzaak en stuur daarna bewust een nieuwe opdracht. Hue-opdrachten worden niet voor later bewaard of automatisch herhaald.

One-Home van dichtbij