Voordat je begint
Zorg dat de Hue Bridge en One-Home Core op hetzelfde lokale netwerk bereikbaar zijn. Controleer eerst of de lampen werken in de Hue-app.
De huidige aansluiting ondersteunt één Hue Bridge met de Hue V2 API. Alleen een beheerder kan de Bridge koppelen.
Koppel de Bridge
- Open One-Links > Philips Hue > Bridge koppelen.
- Kies Zoek op mijn netwerk of vul het lokale IPv4-adres van de Bridge in. Je vindt dit adres bij de Bridge-instellingen in de Hue-app.
- Kies Bridge controleren en controleer of de gevonden Bridge de juiste is.
- Druk op de ronde fysieke knop bovenop die Bridge.
- Kies Knop ingedrukt · Koppelen. Is de controle verlopen? Open het koppelvenster opnieuw.
- Kies onder Jouw Hue-lampen per lamp een ruimte en sla op. Je kunt daar ook een nieuwe ruimte toevoegen.
Test één lamp
- Kies Bedienen bij een lamp.
- Test aan/uit en helderheid. Probeer wittemperatuur en kleur alleen als de lamp die functies ondersteunt.
- Wacht op bevestiging in One-Home en vergelijk de stand met de echte lamp.
- Open dezelfde lamp op een tweede ingelogd scherm en controleer of naam, ruimte en lampstand overeenkomen.
Een bestaande verbinding herstellen
Gebruik Verbinding controleren om lampen opnieuw op te halen. Vraagt One-Home om opnieuw koppelen, bevestig de Bridge dan opnieuw met de fysieke knop.
Bij een eerder gekoppelde Bridge blijven bestaande lampnamen, ruimtetoewijzingen en apparaat-ID’s behouden. Bij een gewijzigd IP-adres kun je dezelfde Bridge op haar nieuwe adres koppelen.
Een andere Bridge vervangt de bestaande Bridge niet stilzwijgend. Herstel een probleem met de Core-encryptiesleutel via de beheerder met de oorspronkelijke sleutel.