Wat een ruimte organiseert
Een ruimte brengt de apparaten samen die in dezelfde kamer horen. De naam en apparaatindeling worden op een gekoppelde Core centraal bewaard. Je telefoon en wandpaneel gebruiken daardoor dezelfde kamers, ook wanneer hun weergave verschilt.
Ruimtetoewijzingen bepalen ook welke apparaten bij de toegang van een bewoner horen. Overleg daarom als beheerder voordat je een apparaat naar een andere kamer verplaatst. De voorbeeldwoning in de demo is apart: wijzigingen daar richten je echte Core niet in.
Vind en open een kamer
Open Ruimtes in de hoofdnavigatie. De zoekbalk Zoek een ruimte zoekt op de ruimtenaam. De kaart vermeldt het aantal toegewezen apparaten. Waar een beschikbare temperatuurmeting wordt aangeleverd, kan ook die op de kaart staan.
- Typ een herkenbaar deel van de naam, bijvoorbeeld keuken.
- Open de ruimte via haar naam of Ruimte bekijken.
- Kies een apparaat om de volledige beschikbare bediening te openen.
- Gebruik Alle ruimtes om terug te keren en wis de zoektekst als je andere kamers mist.
Voeg als beheerder een ruimte toe
Maak eerst een eenvoudige, herkenbare indeling. Woonkamer, Keuken en Slaapkamer voor zijn duidelijker dan afkortingen die maar één bewoner begrijpt. De naam mag maximaal 80 tekens bevatten.
- Open Ruimtes > Ruimte toevoegen.
- Vul bij Naam de gewenste ruimtenaam in.
- Kies Opslaan op Core en wacht tot de kamer verschijnt.
- Open de nieuwe ruimte. De melding Deze ruimte staat klaar betekent dat je nog apparaten kunt toewijzen.
Plaats apparaten in de juiste ruimte
Een nieuwe ruimte neemt niet vanzelf apparaten over. Wijs bestaande apparaten bewust toe; een apparaat met Nog geen ruimte verschijnt nog niet in de gewenste kamer.
- Open Apparaten en kies het apparaat.
- Kies Apparaat aanpassen en selecteer de juiste Ruimte.
- Controleer tegelijk of de naam duidelijk is, bijvoorbeeld Leeslamp bank.
- Kies Opslaan op Core en open de doelruimte ter controle.
- Voor Hue kan het ook via One-Links > Philips Hue > Jouw Hue-lampen: selecteer per lamp een ruimte en kies Opslaan.
Pas een ruimtenaam zorgvuldig aan
Open Ruimtes > de gewenste ruimte > Ruimte aanpassen. Wijzig Naam en kies Opslaan op Core. De bestaande kamer behoudt haar apparaten; maak geen extra ruimte om alleen een typefout te herstellen.
Controleer de nieuwe naam op een tweede ingelogd scherm. Gebruik in de gekoppelde interface de beschikbare naamfunctie. Uitgebreide voorbeeldopties voor zones, kaarten of verbergen uit de demo zijn geen bevestiging dat dezelfde beheerhandeling hier beschikbaar is.
Houd rekening met bewoners en groepen
Een beheerder beheert toegang via Instellingen > Bewoners & toegang. Een bewoner kan een kamer alleen bekijken, ook bekijken en bedienen, of geen toegang hebben. Een andere lijst met kamers op twee accounts hoeft dus geen synchronisatiefout te zijn.
Lichtgroepen verschijnen ook bij ruimtes waartoe hun lampen behoren. Een groep kan meerdere kamers omvatten, maar verleent geen extra toegang. Bewoners zien een groep alleen wanneer zij alle betrokken lampen mogen bekijken.
Los een lege of ontbrekende kamer op
Wis eerst je zoekopdracht en controleer Verbonden met Core. Open daarna Apparaten: staat het apparaat daar wel, controleer dan de ruimtetoewijzing. Ontbreekt het ook daar, onderzoek de One-Link.
Laat bij een ontbrekende kamer op slechts één account de ruimterechten controleren. Controleer bij verschillende namen eerst of beide schermen dezelfde Core openen. Bewaar bij een mislukte wijziging de foutmelding; herhaald nieuwe kamers aanmaken maakt de indeling onduidelijker.