Online handleiding

One-Links begrijpen en beheren

Vind de juiste plek voor een koppeling en controleer de weg van verbinding naar apparaatbediening.

Alle handleidingen

Voor: Bewoners en beheerders; koppelingen beheren is voor beheerders · Bijgewerkt september 2026

02

Onderscheid een voorbereiding van een verbinding

In de demo kun je via One-Links > One-Link toevoegen > One-Link voorbereiden een naam, verbindingsvoorkeur en notities bewaren. One-Link klaarzetten bewaart deze voorbereiding op dit apparaat. Het koppelt geen echte apparaten en voert geen netwerkscan voor je Core uit.

Ook voorbeeldstatussen en voorbeeldapparaten horen bij de demo. Een opgeslagen voorkeur voor lokaal of cloud verandert geen bestaande verbinding. Voor echte apparatuur open je de app op je eigen Core en log je daar in met je Core-account.

  1. Controleer in de demo wat je wilt aansluiten.
  2. Kies Core verbinden en open je eigen Core.
  3. Controleer Verbonden met Core voordat je een fysieke koppeling instelt.
03

Open de juiste beheeromgeving

In Core v0.37.0 heeft Philips Hue een eigen koppelprocedure in de nieuwe interface. HEOS, EasyControl en Mitsubishi behouden hun bestaande aansluiting. Overige One-Links beheer je via de bestaande Core-omgeving; de nieuwe interface neemt niet automatisch iedere beheerfunctie over.

  1. Open One-Links op je gekoppelde Core.
  2. Gebruik voor Hue One-Links > Philips Hue > Bridge koppelen.
  3. Gebruik voor andere koppelingen de verwijzing Core-beheer onderaan de pagina. Je kunt als beheerder ook via Verbinding > Core-beheer openen gaan.
  4. Open daar de bestaande One-Links en volg de instructies van de betreffende aansluiting.
Meldt Hue dat de integratie niet is geïnstalleerd, installeer Philips Hue eerst via One-Links in Core-beheer en keer daarna terug.
04

Bereid een echte koppeling voor

Controleer eerst of het apparaat werkt in de eigen app of bediening van de fabrikant. Noteer welke Bridge, controller of aansluiting je wilt gebruiken. Houd bij lokale koppelingen het juiste lokale adres bij de hand en controleer bereikbaarheid vanaf Core.

Laat de beheerder nagaan of de vereiste One-Link op deze installatie aanwezig is. Een voorbeeld in de catalogus is geen bewijs van een geïnstalleerde driver. Volg daarna de concrete koppelprocedure; iedere aansluiting kan andere voorwaarden hebben. Deel in notities geen wachtwoorden of geheime koppelsleutels.

05

Controleer meer dan de verbindingsmelding

Een verbinding is pas praktisch bruikbaar als je het juiste apparaat terugvindt en de beschikbare bediening kunt bevestigen. Begin met één apparaat, zodat een verkeerde naam of toewijzing direct opvalt.

  1. Controleer na het koppelen welke apparaten zijn opgehaald.
  2. Wijs één apparaat toe aan een herkenbare ruimte.
  3. Open Apparaten en zoek dat apparaat op.
  4. Voer een ondersteunde handeling uit en wacht op de bevestiging.
  5. Vergelijk de echte toestand en controleer naam en ruimte op een tweede ingelogd scherm.
Bij Beheer op Core voer je de beschikbare bediening in de bestaande beheeromgeving uit. De melding betekent niet dat een demoknop alsnog echte bediening biedt.
06

Beheer toegang en verwijderen bewust

Alleen beheerders koppelen een Hue Bridge. Bewoners zien en bedienen uitsluitend apparaten binnen hun toegestane ruimtes. Kijkrechten geven geen bedieningsrechten en een selectie in One-Views verruimt die toegang niet.

Een actieve verbinding verbreek je via Core-beheer. In de demo kun je een ongebruikte voorbereiding verwijderen; dat verwijdert de bewaarde naam, voorkeuren en notities op dat scherm. Het is geen ontkoppeling van een echte Bridge. Controleer daarom altijd de omgeving en welke apparaten afhankelijk zijn van de koppeling.

One-Home van dichtbij