Controleer de voorwaarden
Deze aansluiting in Core v0.37.0 ondersteunt één Hue Bridge met de Hue V2 API. Alleen een beheerder kan de Bridge koppelen. Open je echte Core-interface; de voorbeeldwoning maakt geen verbinding met je verlichting.
Zorg dat Bridge en Core op hetzelfde lokale netwerk bereikbaar zijn. Controleer eerst met de Hue-app of de Bridge en lampen werken. Houd het lokale IPv4-adres van de Bridge bij de hand; je vindt dit bij de Bridge-instellingen in de Hue-app. Meldt Core dat Philips Hue nog niet is geïnstalleerd, open dan eerst One-Links in Core-beheer.
Zoek en controleer de juiste Bridge
Automatisch zoeken gebruikt lokale mDNS. Daarvoor moet het netwerk deze zoekberichten doorlaten.
- Open One-Links > Philips Hue > Bridge koppelen.
- Kies Zoek op mijn netwerk, of vul het lokale IPv4-adres van de Bridge in.
- Kies Bridge controleren.
- Vergelijk de weergegeven Bridge-naam, het adres en de identiteit met de Bridge die je wilt gebruiken.
Bevestig de fysieke Bridge
De fysieke knop bevestigt dat je toegang hebt tot de Bridge die je koppelt. Controleer daarom eerst de weergegeven Bridge.
- Druk op de ronde knop bovenop die Hue Bridge.
- Kies daarna Knop ingedrukt · Koppelen in One-Home.
- Wacht op het resultaat voordat je een andere opdracht uitvoert.
- Is de controle verlopen, open het koppelvenster opnieuw en herhaal de controle en fysieke bevestiging.
Geef iedere lamp een plek
Na het koppelen verschijnen de lampen onder Jouw Hue-lampen. De Hue-ruimtenaam helpt bij herkenning, maar controleer voor iedere lamp de One-Home-ruimte.
- Kies bij de eerste lamp de gewenste Ruimte.
- Ontbreekt de kamer, gebruik Ruimte toevoegen en maak die eerst aan.
- Kies Opslaan bij de lamp en herhaal dit voor de overige lampen.
- Kies Bedienen om de lamp te openen. Via Apparaat aanpassen kun je haar een herkenbare naam geven.
Test de ondersteunde lichtfuncties
Een niet-dimbaar apparaat krijgt alleen aan/uit. Dimbare lampen tonen helderheid. Geschikte lampen bieden Wittemperatuur met Warm, Neutraal en Koel binnen hun eigen grenzen. Vanuit kleurlicht kun je met een witpreset terug naar wit.
Kleurenlampen bieden een kleurkiezer en zes presets. Core begrenst kleuren tot het kleurbereik van de lamp; de schermkleur hoeft daarom niet exact gelijk te zijn aan wat een lamp kan maken.
- Test eerst aan/uit en helderheid op één zichtbare lamp.
- Test daarna alleen de aangeboden wittemperatuur- of kleurfuncties.
- Wacht op bevestiging en vergelijk met de echte lamp.
- Open dezelfde lamp op een tweede ingelogd scherm en controleer naam, ruimte en stand.
Herstel een eerder gekoppelde Bridge
Gebruik Verbinding controleren om lampen en actuele standen opnieuw op te halen. Bij ingetrokken toegang of een gewijzigde Bridge-sleutel vraagt de app om opnieuw koppelen met de fysieke knop. Oudere koppelingen kunnen die bevestiging eenmalig nodig hebben.
Kies Bridge opnieuw koppelen en volg dezelfde controle. Bestaande lampnamen, ruimtetoewijzingen en apparaat-ID’s blijven bij dezelfde Bridge behouden. Is haar IP-adres veranderd, koppel dezelfde Bridge op het nieuwe adres. Een andere Bridge vervangt de bestaande koppeling niet stilzwijgend.
Meldt Core een probleem met zijn encryptiesleutel, laat de beheerder eerst de oorspronkelijke sleutel herstellen. Een nieuwe sleutel aanmaken herstelt de bestaande versleutelde koppelgegevens niet.
Controleer bereikbaarheid en bewonersrechten
Een onbereikbare lamp blijft zichtbaar maar is niet bedienbaar. De status volgt de Zigbee-verbinding die de Bridge meldt. Controleer voeding en de Hue-app, herstel de verbinding en haal de lampen opnieuw op. Opdrachten worden niet voor later opgespaard.
Een bewoner kan alleen toegestane ruimtes bekijken en bedienen; kijkrechten zijn onvoldoende voor schakelen. Test daarom na het inrichten ook met het bedoelde bewonersaccount. Noteer bij aanhoudende problemen Bridge-adres, lampnaam, Core-versie en foutmelding, zonder geheime sleutels te delen.